Kennisbank
2021 - Releasenotes december, week 49 - Incura versie 4.115.0
Geplaatst door Administrator Winbase op 08 december 2021 01:20 PM

Deze week worden er diverse aanpassingen doorgevoerd in Incura, hieronder kunt u lezen om welke aanpassingen het gaat voor de verschillende disciplines.

Logopedie | Fysiotherapie | Ergotherapie | Oefentherapie

Locatie in overzicht Behandelingen (incl. diagnose)
In het overzicht ‘behandelingen (incl. diagnose) is nu ook de locatie waar de behandeling heeft plaatsgevonden toegevoegd. De locatie in het overzicht is gelijk aan de locatie in de agenda afspraak.
Het overzicht Behandelingen (incl. diagnose) is nu het meest complete overzicht van behandelingen. Het overzicht Behandelingen zal op den duur verdwijnen uit de overzichten.

Pakketnaam in overzicht Overeenkomsten
Omdat meerdere verzekeraars en labels onder een concern kunnen vallen is het in sommige gevallen handig om in één oogopslag te zien onder welk verzekeringspakket een patiënt valt. Hiervoor is de kolom ‘pakketnaam’ toegevoegd aan het overzicht ‘overeenkomsten’.  

Nieuw overzicht ‘Patiënten per school’ (ergotherapie, oefentherapie en fysiotherapie)
Per release 4.115.0 is er een overzicht ‘Patiënten per school’ beschikbaar. Hierin ziet u een overzicht van de school per patiënt, in welke groep de patiënt zit, het adres van de school, de contactgegevens van de school en de e-mailadressen van de ingestelde contactpersonen.
De gegevens uit het overzicht worden overgenomen van de ingevulde gegevens bij patiëntgegevens onder het kopje ‘school’ en hieronder ‘contactpersonen’.

Contactpersonen e-mailadres toegevoegd aan overzicht ‘Patiënten per school’ (logopedie)
Per release 4.115.0 is het overzicht ‘Patiënten per school’ uitgebreid met de e-mailadressen van de twee instelbare contactpersonen. De gegevens uit het overzicht worden overgenomen van de ingevulde gegevens bij patiëntgegevens onder het kopje ‘school’ en hieronder ‘contactpersonen’.

Nieuwe en nieuwe versies van vragenlijsten beschikbaar (fysiotherapie en oefentherapie)
Er zijn voor de data aanleveringen aan het LDF en LDO een aantal nieuwe vragenlijsten beschikbaar:

  • Osteoporose CN-baseline LDF is nu beschikbaar voor Chronisch Zorgnet met ID1802
  • Osteoporose vragenlijst CN LDF ID 1803
  • Nieuwe COVID-AL nulmeting met ID 1805
  • Nieuwe COVID-AL vervolgmeting met ID 1804
  • Movement ABC-2 verkort onder ID 1806, alleen antwoordmogelijkheid

Bovendien is er een aantal veranderingen op reeds bestaande vragenlijsten zodat het LDF deze op de juiste manier blijft ontvangen.
De nieuwe vragenlijsten haalt u op via  Beheer> Instrumentbeheer> Bijwerken instrumenten.

GGZ

Nieuw overzicht ‘Patiënten per school’
Per release 4.115.0 is er een overzicht ‘Patiënten per school’ beschikbaar. Hierin ziet u een overzicht van de school per patiënt, in welke groep de patiënt zit, het adres van de school, de contactgegevens van de school en de e-mailadressen van de ingestelde contactpersonen.
De gegevens uit het overzicht worden overgenomen van de ingevulde gegevens bij patiëntgegevens onder het kopje ‘school’ en hieronder ‘contactpersonen’.

Verder met het Zorgprestatiemodel
In de voorgaande release van Incura maakten we het mogelijk om de agenda voor 2022 te gaan plannen, volledig volgens het Zorgprestatiemodel (ZPM). In deze release voegen we daar nog een aantal zaken aan toe:

  1. Het formulier ‘Zorgprestatiemodel’: registratie van overige velden die nodig zijn voor declaratie
  2. Zorgvraagtypering: een volledige én volledig geïntegreerde oplossing voor de zorgvraagtypering
  3. Van DBC’s en trajecten naar het ZPM: hoe ondersteunt Incura de episodes die doorlopen over de jaarwisseling?

De genoemde onderwerpen worden in deze releasenotes één voor één beschreven.

A. Het formulier ‘Zorgprestatiemodel’

Het formulier ‘Zorgprestatiemodel’ is nu beschikbaar in Incura! Deze is te zien als de vervanger van de huidige schermen voor BGGZ- en SGGZ-trajecten. Op het formulier registreert u de informatie die, samen met uw agenda en de zorgvraagtypering, de volledige vastlegging vormen van de gegevenselementen die door de NZa worden gevraagd binnen het ZPM. Op het formulier ‘Zorgprestatiemodel’ kunt u de volgende informatie registreren:

  • Verwijsgegevens
  • Regiebehandelaar
  • DSM-5 diagnose
  • GB-GGZ profiel
  • Zorglabels

Opmerkingen daarbij:

  • Zorgtrajectnummer: u ziet op het formulier ook het verplichte zorgtrajectnummer. Dit is alleen een weergave, de unieke code wordt door Incura voor u aangemaakt in het vereiste formaat. NB: dit geldt óók voor de al bestaande episodes!
  • Zorglabels: er wordt nog onderzocht in hoeverre de zorglabels geautomatiseerd zijn af te leiden. Dit zal duidelijk zijn wanneer de declaraties voor het ZPM mogelijk worden. U kunt de zorglabels nu dus al handmatig vastleggen, het advies is hiermee te wachten tot volgend voorjaar. Meer informatie over de toepassing van de zorglabels vindt u in een toelichting van het Zorgprestatiemodel.

Hoe voeg ik het formulier ‘Zorgprestatiemodel’ toe aan een dossier?

Hierbij zijn 2 situaties te onderscheiden:

 1. Aanmaken nieuw dossier vanuit een aanmelding

  • Zoek op het aanmeldingsscherm het veld ‘Type zorgpad’. Vul hier de keuze ‘Zorgprestatiemodel’ in.

  • Bij het aanmaken van een dossier wordt nu een zorgpad aangemaakt volgens het type ‘Zorgprestatiemodel’. Momenteel houdt dat in dat alleen het formulier ‘Zorgprestatiemodel’ aan het zorgpad wordt toegevoegd, net zoals dat eerder gebeurde met een BGGZ- of SGGZ-traject.

NB: mogelijk maakt u ook gebruik van de formulieren Intake, Intake multidisciplinair en/of Behandelplan. In dat geval wilt u mogelijk een nieuwe ‘macro’ maken en deze definiëren als uw nieuwe standaard zorgpad onder het ZPM:

  • Het aanwijzen van uw macro als standaard zorgpad gebeurt in de Praktijkinstellingen: Dashboard > Instellingen > Praktijkinstellingen > tab ‘Algemeen’ > sectie ‘Standaard zorgpaden bij aanmaken dossiers’

  • In onze handleiding over macro’s en zorgpaden leest u hoe u zelf een macro aanmaakt.

2. Toevoegen aan een bestaand dossier

  • Wilt u het ZPM gebruiken binnen een bestaande episode? Dan is er waarschijnlijk al een zorgpad met één of meer BGGZ- of SGGZ-trajecten, en mogelijk nog andere formulieren. U kunt in dit zorgpad een nieuwe stap toevoegen die gebruik maakt van het formulier ‘Zorgprestatiemodel’.
  • Uitleg over een stap toevoegen aan een zorgpad vindt u in hoofdstuk 3 van onze handleiding over macro’s en zorgpaden.

B. Zorgvraagtypering

Een grote stap in Incura 4.115.0 is de toevoeging van de volledige logica voor de zorgvraagtypering zoals deze tegelijk met het ZPM wordt ingevoerd.
Dat betekent:

  • Incura biedt u de HoNOS+ vragenlijst met alle vraagstellingen, mogelijke beantwoordingen en resultaatbepaling volgens de definities van de NZa
  • U kunt in de loop van de behandeling op meerdere momenten de zorgvraagtypering uitvoeren
  • U kunt kiezen tussen het gebruik van de dynamische route en de volledige route
  • Incura biedt u een handig overzichtsscherm voor de voltooide zorgvraagtyperingen
  • Incura registreert voor u alle gegevens die later nodig zullen zijn voor verplichte gegevensaanlevering aan de NZa

Waar vind ik de zorgvraagtyperingen?
In de ‘navigatieboom’ links op uw scherm, onder de episodenaam, vindt u de node Zorgvraagtypering. Klik daarop en u ziet een overzicht van afgeronde of nog lopende zorgvraagtyperingen. Met de knop ‘Nieuw’ start u een nieuwe zorgvraagtypering.

 

Aanvullende opmerkingen hierbij zijn:

  • U kunt een onbeperkte hoeveelheid zorgvraagtyperingen toevoegen aan een dossier
  • Ingevulde antwoorden kunt u achteraf niet meer wijzigen
  • Is de regel niet helemaal gevuld met bijvoorbeeld het daadwerkelijk gekozen zorgvraagtype? Dan is de zorgvraagtypering nog niet volledig afgerond. Dubbelklik op deze regels om het proces te hervatten.
  • Bij gebruik van de dynamische route wordt bij 5% van de zorgvraagtyperingen ook invulling volgens de volledige route gevraagd. De NZa heeft deze steekproeven opgenomen in de regelgeving, afname hiervan is dus verplicht.
  • Valt u in een steekproef zoals hierboven genoemd? Dan vult Incura de reeds gegeven antwoorden al voor u in. U kunt deze nog wel aanpassen als uw inzichten zijn veranderd.

Hoe voer ik de zorgvraagtypering uit?
Ga naar het hierboven genoemde overzicht van zorgvraagtyperingen en klik op ‘Nieuw’ om een nieuwe zorgvraagtypering te starten. Of dubbelklik op een nog niet afgeronde zorgvraagtypering om het proces te hervatten. In beide gevallen opent u de ZVT-module die u door het proces heen leidt. In het geval van een nieuwe zorgvraagtypering:

  • Kies het relevante supercluster en de beantwoordingsmethode (volledig of dynamisch) die u wilt volgen
  • Bij de keuze voor de dynamische route: indien u in een verplichte steekproef valt zal Incura u dat direct melden. In dat geval dient u ook de volledige route te doorlopen.
  • Beantwoord de vragen, beoordeel het voorgestelde resultaat en kies zelf het zorgvraagtype dat volgens u van toepassing is!

Het startscherm van de module voor zorgvraagtypering ziet u hieronder:

Tips

  • Rechtsboven, bij de knop ‘Volgende’, zie u de optie ‘Automatisch doorgaan’. Aanvinken hiervan betekent dat u na aanklikken van een antwoord automatisch de volgende vraag gepresenteerd krijgt.
  • Liever niet klikken? Typ dan de letter bij het antwoord om te selecteren.
  • Gebruik van de dynamische methode kan veel muiskliks schelen. U kunt echter wel in een steekproef vallen en gevraagd worden om ook de volledige beantwoording te geven. Daarbij vult Incura de reeds beantwoorde vragen al voor u in.
  • Dubbelklik op een afgeronde zorgvraagtypering voor een snel inzicht in de resultaten!

C. Van DBC’s/trajecten naar het ZPM

Tijdens de jaarovergang zijn voor doorlopende behandelingen 2 zaken van belang:

  1. afsluiten van lopende DBC’s en BGGZ-trajecten
  2. gereedmaken van episodes voor vervolg onder het ZPM

Afsluiten van lopende DBC’s en BGGZ-trajecten
De juistheid en volledigheid van de gegevens in de DBC’s en BGGZ-trajecten is lang niet altijd geautomatiseerd vast te stellen. Dit kan echter wel direct gevolgen hebben voor de declaratie. Om die reden richt Incura zich op een handmatige controle en afsluiting van de DBC’s en BGGZ-trajecten. Om dit mogelijk te maken zijn al in de voorgaande release wijzigingen aangebracht: het toevoegen van de afsluitreden 22 ‘Overgang naar Zorgprestatiemodel’, en het realiseren van uitzonderingen in de validatieregels.

Ter ondersteuning van het bovenstaande is nu de verantwoordelijk behandelaar toegevoegd op de overzichten ‘Trajecten BGGZ’ en ‘Trajecten SGGZ’. Hiermee kan het controleren en aanvullen van de DBC’s en BGGZ-trajecten eenvoudig over de dossierverantwoordelijken worden verdeeld.

Gereedmaken van episodes voor vervolg onder het ZPM
In deze Incura-release is het volgende gebeurd voor de (tijdens de release) actieve episodes:

  • er is een stap ‘Zorgprestatiemodel’ aan het zorgpad toegevoegd, gekoppeld aan het gelijknamige formulier. NB: mogelijk sluit u de episode alsnog voor de jaarwisseling af, in dat geval kunt u het formulier Zorgprestatiemodel laten vervallen.
  • de volgende gegevens zijn ingevuld op het formulier ‘Zorgprestatiemodel’, op basis van een gevonden actieve DBC of BGGZ-traject:
    • verwijzer en verwijsdatum
    • verwijstype: de verwijstypes onder het ZPM volgen een andere codering dan de bestaande verwijstypes voor BGGZ/SGGZ, de invulling is volgens een landelijke vertaaltabel bepaald
    • regiebehandelaar: deze is overgenomen van de regiebehandelaar van een BGGZ-traject, of van de 2e regiebehandelaar (behandelfase) van een DBC.
    • DSM-5: deze correspondeert met de primaire diagnose op de episode
    • GB-GGZ profiel: deze correspondeert met het ‘intake-product’ op een gevonden actief BGGZ-traject, indien van toepassing.

Indien uw praktijk een instellingsstatus heeft (default setting S02 – monodisciplinair of S03 – multidisciplinair):

  • episodes hebben tijdens de release géén default setting gekregen. Dat betekent dat de standaard setting voor de episodes altijd gelijk is aan de standaard setting uit de praktijkinstellingen.
  • Handmatige aanpassing is mogelijk indien u de voorkeur geeft aan een standaard setting die afwijkt van de praktijkinstelling.

Een voorbeeld: indien u meestal multidisciplinair behandelt, maar ook monodisciplinaire episodes komen voor, dan vult u de praktijkinstelling met de meest gebruikte setting (S03 - multidisciplinair). Voor de uitzonderingen, in dit geval de monodisciplinaire episodes, vult u de standaard setting met de waarde die binnen die episodes geldt (S02 – monodisciplinair).

NB: de keuze voor de standaard setting op de episode (mono- of multidisciplinair) heeft een direct en significant effect op de gedeclareerde tarieven. Het is dus altijd nodig de situatie in uw dossiers te controleren! Dit geldt alleen voor instellingen en níet voor vrijgevestigden: de laatstgenoemde groep werkt altijd onder setting S01.